» Hersenen
Onze hersenen.

"EEN nieuw slag superslimme computers begint vorm aan te nemen in de laboratoria voor kunstmatige intelligentie", schrijft High Technology.


Het betreft een tweede-generatie "expert"-systemen die net als hun tegenhangers van de eerste generatie in hun gegevensbestanden de gespecialiseerde kennis van menselijke experts hebben zitten.

De nieuwere systemen zullen bovendien beschikken over bekwaamheden in het oplossen van problemen die in de oudere versies nog niet aanwezig waren. Maar zullen ze kunnen denken?

Ooit een computer te maken die kan denken heeft de computerbouwers al voor ogen gestaan sinds in het midden van de jaren ’50 kunstmatige intelligentie een welomschreven gebied van de computerwetenschap werd. Maar tot dusver is die droom nog niet verwezenlijkt. "Wij hebben geen programma’s die echt creatief zijn, of echt inventief, of die dat hele complexe proces van hoe iemand redeneert, kunnen begrijpen", zo wordt toegegeven door Roger C. Schank, hoofd van het Kunstmatige Intelligentie Project aan de Yale Universiteit. Het tijdschrift Psychology Today vat 25 jaar research als volgt samen: "Elke menselijke peuter kan drie dingen doen die nog geen enkele computer presteert — een gezicht herkennen, een natuurlijke taal begrijpen en op twee benen lopen."

Computers blijven eenvoudig ver achter bij wat de menselijke geest kan. Waarom? Om één punt te noemen, de microcircuits van de meest geavanceerde computer zijn nog maar heel elementair vergeleken met de onderlinge verbindingen tussen de naar schatting 100 miljard (100.000.000.000) neuronen — zenuwcellen — in de menselijke hersenen. Volgens één theorie is het systeem dat de hersenen gebruiken om informatie terug te vinden, gebaseerd op een netwerk van verbindingen en "dit rijke netwerk van verbindingen in het menselijke geheugen is een van de meest diepgaande verschillen tussen mensen en machines. Het vermogen van de hersenen om simultaan in miljoenen neuronen informatie te zoeken is ronduit griezelig". Verder, zo schrijft Science, "maken de hersenen miljoenen of miljarden simultane, parallelle berekeningen met hun neuronen; onze huidige generatie van seriegewijze, stap-voor-stap werkende computers is daarbij hopeloos in het nadeel".

Toegegeven, sommige computers kunnen ingewikkelde mathematische berekeningen maken in een fractie van de tijd die het de knapste rekenkundigen zou kosten. Geavanceerde computers kunnen zelfs beter schaken dan de meeste mensen. Maar de machines hebben ernstige beperkingen. "Een schaakprogramma van topklasse zal een goede speler kunnen inmaken," verklaart een recent artikel in The New York Times Magazine, "maar verander de spelregels een beetje . . . en de machine is nergens meer, terwijl de menselijke speler zich redelijk zal kunnen handhaven."

Waarom zijn mensen op deze wijze in het voordeel? Wij redeneren, en zien analogieën. Wij bekijken een probleem uit verschillende hoeken, en kunnen onderscheid maken tussen gegevens die belangrijk zijn en die welke niet relevant zijn. Verder hebben wij geen moeite met begrippen op het gebied van taal, en kunnen wij uit ondervinding leren. Kortom, wij hebben "gezond verstand". De frustraties die wetenschapsmensen ervoeren toen zij dit ’gezonde verstand’ probeerden na te bootsen, zo schrijft Science, gaf hun "een bepaalde nederigheid, een besef hoe indrukwekkend complex de gewoonste menselijke handeling kan zijn — hoeveel een computer (of een mens) wel moet weten voordat hij eigenlijk iets kan presteren".

Geleerden geven toe dat er op het gebied van kunstmatige intelligentie geen spoedige belangrijke doorbraken te verwachten zijn, hoezeer ook de mogelijkheden van de nu in aantocht zijnde computers zullen zijn toegenomen. Ten dele komt dit probleem voort uit het feit dat wij ons eigen denkproces niet goed genoeg begrijpen om er een model van te creëren.

"Aha!" zeggen wij als er een goed idee in ons opkomt. Maar hoe wij dat idee hebben gekregen, blijft nog een raadsel.

Hersenen, normen...
De hersenen van jongeren tot ongeveer achttien jaar zijn niet voldoende uitgegroeid om beslissingen op langere termijn te overzien. De vraag van wanhopige ouders aan hun puberende kind ‘hoe kón je dit toch doen?’ krijgt daarmee een antwoord: het kind kon de gevolgen niet overzien van wat het deed.
De ontdekking van het niet volgroeide hersendeel is een van de vele voorbeelden van wat wordt genoemd een verklaring voor gedrag vanuit het medisch-biologisch onderzoek, in dit geval hersenonderzoek. De afgelopen jaren is er enorm veel ontdekt op dit gebied. Sommige ontdekkingen zijn omstreden en/of reden tot felle discussies: is er nu wel of geen hersenkwabje dat mensen religieus maakt? En wijken de hersenen van misdadigers, of van homoseksuelen nu wel of niet af? De interpretatie van ontdekkingen is interessant: meestal wordt gezegd dat kenmerken van de hersenen leiden tot bepaald gedrag. Maar er is meer voor te zeggen dat het ‘religiekwabje’ groeit omdát mensen religieus zijn.
De ontdekkingen leiden in sommige gevallen tot bezinning: sinds we weten dat de hersenen zich ontwikkelen tot in het twintigste levensjaar en dat alcohol die ontwikkeling negatief beïnvloedt, maakt iedereen zich zorgen over het steeds meer drinken door steeds jongere kinderen. De wetenschap maakt dingen duidelijk die we ‘van nature’ wel wisten, maar die we kennelijk waren vergeten.
Die steeds meer naar voren komende koppeling tussen de feiten (van het medisch-biologisch onderzoek) en de waarden, de norm van bijvoorbeeld niet drinken tot je achttiende is interessant. De afgelopen eeuwen is de koppeling tussen feiten en waarden in de ethiek omstreden geweest. Tot aan de achttiende-eeuwse filosoof Hume was die koppeling gemeengoed. Daarvoor gold de feitelijkheid van de natuur gedurende vele eeuwen als waarde en als uitgangspunt en criterium voor het handelen. Een van de achtergronden daarvan is de overtuiging dat in de schepping een goddelijke orde ligt. Goed leven is leven volgens die orde. De (Griekse) stoïcijnen van enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling hadden deze overtuiging al. En de Rooms-Katholieke Kerk heeft in zekere zin nog steeds deze overtuiging. Die komt tot uiting in allerlei opvattingen, bijvoorbeeld over homoseksualiteit: de eenheid tussen man en vrouw is volgens de orde van de schepping; homoseksualiteit is tegen die orde en moet daarom worden afgewezen. Volgens dezelfde redenering komt deze kerk tot afwijzing van bijvoorbeeld voorbehoedmiddelen. In protestantse kring is het natuurlijke minder goddelijk; deze traditie geeft zich meer rekenschap van de ‘gevallen schepping’. Die is niet meer goed en kan daarom nooit volledig uitdrukking zijn van de goddelijke orde.
Mede onder invloed van de verwetenschappelijking van het mens- en wereldbeeld is de koppeling tussen de natuurlijke orde en de vraag naar goed handelen losser geworden. In feite is die in moderne ethische opvattingen geheel losgelaten. Er zijn zeker goede gronden voor die ontkoppeling. Het is volgens de natuur dat mensen verouderen en ten slotte sterven. Mag een dokter daarom niet proberen het leven te verlengen? De natuur is soms ook vernietigend voor de mens en de mag toch proberen de gevolgen daarvan te beperken?
...en goed gedrag
Goed handelen is kennelijk niet los verkrijgbaar, maar goed handelen is verbonden met wat en wie we zijn. De feitelijkheid van mij als mens, in mijn lichamelijkheid en met mijn ziel en met mijn geest, wordt door goed handelen als het ware verrijkt. Door dat goede handelen kom ik tot mijn bestemming. Hetzelfde kan worden gezegd in relatie tot de ander en tot de natuur. Bij Aristoteles had ieder ding en had ieder mens een bestemming, een doel. Handelen dat gericht is op het bereiken van het doel, is deugdzaam handelen. In deze opvatting ligt in het feit de norm al besloten.
In de bijbel krijgt de mens de opdracht de schepping te ‘bouwen en te bewaren’. In deze opdracht schuilt een wonderlijke eenheid van feit en norm; de mens wordt uitgenodigd om als het ware de schepping af te maken; de mens draagt tenslotte de verantwoordelijkheid van de kroon van de schepping.
Resultaten van onderzoek kunnen een middel en een aansporing zijn om opnieuw de orde van de schepping te leren zien en daarnaar te handelen. Om ‘betere’ mensen te worden, voor onszelf, voor de ander en voor de natuur, waardoor Schepper wordt geëerd.

Bron:http://www.frieschdagblad.nl/

[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

In het begin

Test Uw geloof.

Krachtig denkvoer

Lessenpakket creationism

  • Klik op de afbeelding.

Presentatie

  • Altijd aktueel:
    Is er bewijs dat de aarde door het meesterschap van God gemaakt is en dat de Bijbel een juist beeld van de geschiedenis geeft? Ga naar De Bijbel voor een beknopt overzicht van een aantal argumenten.
    Klik op de pauw
    voor de presentatie:

De schepping.

Vragen

  • Hoe kon Adam in één dag geschapen worden, leren praten, trouwen en ook nog eens alle beesten een naam geven? Lees het in de
    Veel Gestelde Vragen!
    Zit jouw vraag er al bij?
     

Stats


Copyright 2002-2019