» Opperwezen
Enkele atheïstische argumenten beantwoord
door Wayne Jackson
Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling 1977. Vertaling en voetnoten door M.V.

Om de kwestie van het bestaan van God te behandelen, proberen wij een heldere redenatie te volgen, ondersteund door feiten, die zal leiden tot een rationele conclusie, namelijk dat het universum, de mensheid, enz., niet zelfverklarend zijn. Logisch denkenden moeten concluderen dat er een Opperwezen bestaat. Onze benadering is positief. Wij bekrachtigen een propositie waarvoor adequate bewijzen bestaan. Atheïsme, anderzijds, is een volslagen negatief systeem. Het ontkent veel en bevestigt niets. Het berooft mensen van hun hoop en biedt leegheid in ruil daarvoor. Het beweert dat er geen transcendente Oorzaak is voor het universum; de mens is eerder een gril van de natuur - een toevallige, gelukkige combinatie van moleculen. Atheïsme is een filosofisch systeem van contradictie en verwarring.
Niettemin trachten atheïsten hun zaak te bepleiten - armzalig als hun pogingen ook zijn. In dit artikel willen wij enkele van de populairste argumenten analyseren die gebruikt worden ter verdediging van het atheïsme.

NIET-ONTWERP DOET GOD TENIET?
In de strijd voor het bestaan van God gebruiken theïsten het “ontwerp”-argument, dat de premisse vooropstelt dat indien er doelbewust ontwerp bestaat, er dan ook een ontwerper moet zijn. Dat deze manier van redeneren deugdelijk is, is zonder twijfel waar en wordt dan ook erkend door allen die het gezag van de Schrift erkennen. Paulus verklaarde in zijn krachtige brief aan de Romeinen:
“Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn” (Romeinen 1:20).
Wij mogen dus logisch als volgt argumenteren:
1. Indien het universum doelbewust ontwerp aantoont, dan moet er een ontwerper zijn.
2. Maar het universum toont doelbewust ontwerp aan.
3. Dus moet het universum een ontwerper gehad hebben.
Het fundamentele punt van geschil, vanuit atheïstisch standpunt, is een negatieve premisse. De ongelovige ontkent dat het universum doelbewust ontwerp aantoont. Daarom meent hij dat hij het argument kan omdraaien om het bestaan van God te ontkennen. Hij redeneert (onjuist) als volgt:
1. Indien het universum de kenmerken van niet-ontwerp aantoont (d.w.z. chaos), dan is er geen ontwerper.
2. Maar het universum toont niet-ontwerp aan.
3. Dus had het universum geen ontwerper.
Deze argumentatie is totaal ondeugdelijk, om verschillende redenen. Ten eerste, wanneer wij onze zaak voor ontwerp beargumenteren, zijn wij niet verplicht om duidelijk ontwerp aan te tonen in alle afzonderlijke kenmerken van het universum. Wij hebben enkel een redelijk aantal bevredigende bewijzen nodig om ontwerp aan te tonen, en vandaar een Ontwerper. Hier zijn twee vitale principes die absoluut in het oog moeten gehouden worden:
(1) Het is mogelijk dat een object doelbewust ontwerp bezit maar dat ZIJN ONTWERP NIET HERKEND wordt door de waarnemer, en,
(2) Het is ook mogelijk dat bij een object, nadat het zich eens als een duidelijk doelbewust ontwerp heeft vertoond, door het proces van degeneratie ZIJN ONTWERP UITGEWIST of VERTEKEND werd.

(1) ZIJN ONTWERP NIET HERKEND
Veronderstel dat een primitieve inboorling die door de jungle slentert, plotseling iets als een werktuig waarneemt. Hij onderzoekt het nauwkeurig maar kan niet in het minst zijn functie waarnemen. Zal nu het feit, dat hij geen praktisch nut ziet in het instrument, bewijzen dat het geen ontwerp heeft? Enkel een dwaas zou dit bevestigen. Hou dit belangrijke concept in gedachten, omdat dikwijls ‘primitieve’ atheïsten niet in staat zijn om ontwerp waar te nemen in vele objecten, en argumenteren op de basis van hun eigen ontkenning van het bestaan van een Ontwerper, d.w.z. God.
Het enorme universum - een voorbeeld van niet-ontwerp?
Wij leven in een ontzettend groot universum. Zijn grenzen zijn nooit gemeten, maar er is geschat dat het tenminste 20 miljard lichtjaren in diameter groot is (d.w.z., de afstand die voor het licht nodig is om erdoor te gaan met een snelheid van ong. 300.000 km/sec ).
Er zijn miljarden galactische stelsels in ons universum. Wij leven op een klein gebied van ons eigen melkwegstelsel, maar zelfs dit is enorm groot. Indien wij een kaart zouden tekenen van ons melkwegstelsel, en daarbij de aarde en de zon als twee puntjes op 1 inch (2,54 cm) van elkaar zouden tekenen, dan zou onze kaart tenminste 6,5 km lang moeten zijn om onze eerstvolgende ster erop te lokaliseren, en een kaart van 40.000 km lang om het centrum van ons melkwegstelsel te bereiken! Dit is wel een indrukwekkend universum, niet?
De atheïst beweert echter dat de reusachtigheid van het universum, vergeleken met onze kleine aarde, een verkwisting van ruimte aangeeft, en vandaar niet-ontwerp. Wij ontkennen deze premisse. Ten eerste, ons enorme universum openbaart een theologisch doel; het demonstreert de macht van de Schepper. “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen” (Psalm 19:2). Toen Job de wijsheid van Jahweh’s handelen in deze wereld in vraag stelde, zette de Heer hem op zijn plaats met een serie vragen over de afmetingen van de aarde, waaruit bleek hoe weinig de patriarch over deze planeet wist, en vandaar hoe onbekwaam hij was om zijn Maker te beoordelen (Job 38:2vv). Als dat waar is voor onze kleine planeet, hoe meer is dat dan waar met betrekking tot de gehele kosmos!

Is het niet een feit dat hetgeen wij grondig kunnen onderzoeken en direct kunnen beoordelen tenslotte heel gewoon is voor ons? Voor een kind is een uitstap naar een andere stad een geweldige ervaring, maar later, als men reist van land tot land, lijken die vroegere ervaringen zo onbenullig. Maar wij zullen nooit ophouden met verwonderd te staan over Gods grote universum, omdat wij nooit de grenzen ervan kunnen verkennen. Zijn scheppende macht zal voor altijd adembenemend blijven voor ons.
Ten tweede, de miljarden sterren en planeten, die in de hemel boven schijnen, vervullen ons met een esthetisch genoegen van je welste. En aan het esthetische is beslist een waarde verbonden. Atheïst Paul Ricci heeft geschreven: “Zelfs kunstvoorwerpen hebben een doel: om ons te vervullen met esthetisch genoegen” (1986, p.188).
Ten derde, ons verbazingwekkende universum heeft een psychologische waarde. Toen David de schitterende sterrenhemel zag, werd hij ertoe gedwongen zijn eigen doel te overdenken: “Als ik Uw hemel aanzie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt; wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? (Psalm 8:4-5). Ons gigantische universum is niet een voorbeeld van chaos!

Galactische Cluster Abell 2218, gezien door Hubble Space Telescope. Bron: NASA. A. Fruchter and the ERO Team
“Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze alle bij name” (Psalm 147:4)
“Heft uw ogen omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen?” (Jesaja 40:26)
De aarde - een voorbeeld van niet-ontwerp?
En dan keert de atheïst zich tot de aarde en zegt dat ze een smartelijke knoeiboel is, en vandaar een bewijs voor niet-ontwerp. Zij beschouwen het feit dat de aarde voor 4/5 uit water bestaat en 1/5 land, en dan argumenteren zij: “Welke architect zou een huis bouwen met vijf kamers, waarvan er slechts één kan bewoond worden? Zoiets staat voor een erg armzalig ontwerp”. Hij faalt er echter in te herkennen dat er wel degelijk een doel kan zitten in dit arrangement. Beschouw het volgende:
(a) De oceanen voorzien in een geweldig reservoir van vochtigheid die constant verdampt en condenseert, en dus op het land valt als levensnoodzakelijke regen.
(b) Het is welbekend dat water trager opwarmt en afkoelt dan de landmassa. Dit verklaart waarom woestijngebieden zo stikheet kunnen zijn overdag en ’s nachts bevriezend koud. Water echter behoudt zijn temperatuur langer, en voorziet in een soort natuurlijk verwarmings- en aircon¬di¬tioning¬systeem voor de landgebieden van de aarde. Onze temperatuursextremen zouden veel grilliger zijn dan ze nu zijn, ware er niet die factor van het overvloedige water.
(c) Mensen en dieren inhaleren zuurstof en ademen koolstofdioxide uit. Anderzijds nemen planten koolstofdioxide op en geven zuurstof af. Wij zijn afhankelijk van de botanische wereld voor onze zuurstofvoorraad. Wat sommigen zich echter niet realiseren is dat ongeveer 90% van onze zuurstof uit microscopische planten in de zeeën komt (Asimov, 1975, 2:116). Indien de oceanen aanzienlijk kleiner zouden zijn dan zouden we spoedig zonder adem zitten! Er zit ontwerp in de land/water-verhouding!


(2) ONTWERP VERTEKEND
“Maar”, zegt de ongelovige, “beschouw de landmassa’s van onze aarde. Veel oppervlakte bestaat uit droge woestijnen, ruwe bergen en bevroren land. Een intelligente God zou voor de mens nooit een planeet ontwerpen met zoveel onbewoonbaar gebied!” Ten eerste zijn wij niet precies zeker over hoe de aarde zou moeten ontworpen zijn voor een optimaal menselijk comfort. Wij kunnen dus niet argumenteren vanuit de onwetendheid. Bovendien is het geuite bezwaar zwak want het faalt erin het principe van degeneratie in beschouwing te nemen. Het zou misschien goed zijn als we nog eens redeneerden door middel van een analogie:
Veronderstel dat een tuinman in de grond graaft, en hij ontdekt daarin een oud boek. De buitenkant ziet er verweerd uit, de bladzijden plakken meestal aan elkaar, de druk is vervaagd, enz. Het is compleet onleesbaar geworden. Betekent de huidige conditie van het boek nu dat er nooit een boodschap in stond, en dat het nooit een ontwerp aantoonde? Natuurlijk niet. Alhoewel de boodschap door de tijd en de omstandigheden is vervaagd, kan men niet ontkennen dat het boek ooit behoorlijk mededeelzaam was. Evenzo, toen het principe van het “kwaad” op deze planeet werd geïntroduceerd, begon er een werking van degeneratie op te treden. Wetenschappelijk gesproken: de Tweede Wet van de Thermodynamica werd werkzaam (die stelt dat materie tot wanorde overgaat, d.w.z. dat het veel van zijn ontwerpstructuur verliest). De aarde werd onderworpen aan “dienstbaarheid der verderfenis” (Romeinen 8:20-21), en het verval wiste veel van het oorspronkelijke ontwerp weg. Ook moeten we de effecten in beschouwing nemen van de wereldomvattende vloed in Noachs dagen. Toen werden vele van de ideale eigenschappen van de aarde en het klimaat drastisch veranderd, zodat we vandaag de aarde niet meer zien zoals die eens was. Alfred Wallace , die de “medestichter van de moderne evolutietheorie” werd genoemd, beschreef de aarde als volgt: “Er is in de oude fossiele wereld slechts één klimaat opgemerkt, zoals blijkt uit bedolven planten en dieren in de steenlagen, en dat klimaat was een mantel van lente-achtige liefelijkheid die continu lijkt overheerst te hebben over de hele aardbol. Hoe het mogelijk was dat de wereld zo op alle plaatsen kon verwarmd zijn geweest kan enkel een kwestie van gissen zijn; dat hij zo effectief en continu verwarmd was is een feit” (1876; 1:277) . Voor een discussie over de kwestie, zie Jackson (1988, p 49).
Een voormalig predikant , nu agnosticus geworden, stelt het probleem als volgt: “Hoe komt het dat men altijd voorbeelden van orde-in-ontwerp-argumenten neemt die voordelig blijken te zijn? Genetische ziekten zoals hemofilie en cystische fibrose komen voort uit erg geordende procedures, en de manier waarop een hersentumor begint te groeien tot hij het gastorganisme doodt, is evenzo ordelijk” (Till, 1988, p 2).
Er kunnen verschillende opmerkingen gemaakt worden bij deze spitsvondigheid. Ten eerste, de genetische orde in de geciteerde voorbeelden - onafgezien of we dit graag horen of niet - wijst op een “ordemaker”. Iemand ontwierp het initiële replicerende mechanisme. Al onze ervaringen dwingen ons de conclusie te trekken dat waar er ontwerp is, er ook een ontwerper moet zijn (zoals inderdaad Ricci erkent op p.190).
Ten tweede, het feit dat het product van een ordelijk mechanisme onvolkomenheden vertoont, betekent niet dat dit ook zo was met het originele ontwerp of de ontwerper. Bijvoorbeeld: wanneer een machine voor het maken van conservenblikken ertoe overgaat onregelmatige blikken uit te werpen, betekent dit dan dat die machine geen ontwerper had? Moet men vooropstellen dat de uitvinder de intentie had om misvormde blikken te produceren, of dat de machine onvolkomen ontworpen was? Zeker kunnen we het idee vormen dat de mislukking ligt bij degene die in gebreke bleef de machine correct te onderhouden, of degene die ze op een of andere manier slecht bediende. Toen de mens rebelleerde tegen zijn Maker, liet de Heer als gevolg van deze ongehoorzaamheid toe dat er degeneratieve processen optraden, die uiteindelijk tot de dood zouden leiden (Romeinen 5:12). Maar het feit dat wij oogproblemen hebben, hartkwalen en andere ziekten, doet het algemene feit niet teniet dat het menselijk lichaam wonderbaar gemaakt is, zoals de Psalmist het zegt: “Ik loof U, omdat ik op een heel ontzagwekkende wijze wonderbaar gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken!” (Psalm 139:14). Wij zullen daarom niet aannemen dat omdat de redeneerkwaliteit van onze criticus onvolkomenheden vertoont, dit bewijst dat zijn hersenen niet ontworpen werden. Het ontwerp-argu¬ment blijft dus onbeschadigd overeind staan!

DE UITDAGING
Een minder geraffineerde tactiek van het atheïsme is de “uitdaging”-dramatiek. De ongelovige daagt God arrogant uit om hem neer te slaan; als daar dan geen onmiddellijke respons op komt, zegt de ongelovige vol vertrouwen: “dit bewijs dat er geen God is”.
Enkele jaren geleden kwam een atheïst een lezing geven in een kleine stad in New Mexico. Hij besloot zijn presentatie, zoals hij dat gewoon was, met een uitdaging: “Als er een God is, daag ik Hem uit om mij hier ogenblikkelijk dood te slaan”. Toen er niets gebeurde, kruiste hij triomfantelijk zijn armen en verklaarde dat God niet bestaat. De volgende ochtend verscheen in een lokaal dagblad een artikel met de titel: “De parabel van de mieren”. Het ging ongeveer zo:
Twee mieren liepen door de wildernis en kwamen voor twee gigantische stalen stroken te staan, die het hele landschap doortrokken. Zegt de ene tegen de andere: “Wat is dit?” Zijn vriend zei: “Dit is een spoorweg, en daarop rijdt een grote machine die ze een trein noemen. De trein wordt gecontroleerd door een operateur in een verre stad, en hij regelt zijn activiteiten”. “Dat kan niet!” protesteerde de kleine ongelovige mier, terwijl hij op een van de rails kroop. “Als er zo’n operateur bestaat, daag ik hem hier uit om onmiddellijk een trein te sturen om over mij heen te rijden”!
Zo eindigde het korte maar krachtige verhaal. Het is voor niemand nodig deze parabel uit te leggen. Welke spoorwegdirecteur, die bij zijn verstand is, zou een trein sturen, helemaal tot in de wildernis van New Mexico, om de uitdaging van louter een mier te beantwoorden? Welk soort intelligentie zou dat uitstralen?!
Maar laten we het “uitdaging-argument” eens vanuit een andere hoek bekijken. Veronderstel dat bij de uitdaging “Als er een God is, daag ik Hem uit om mij hier ogenblikkelijk dood te slaan” de atheïst plotseling zou doodvallen. Hoeveel gelovigen tot het theïsme1 zou dit maken denkt u? Waarschijnlijk erg weinig. Andere atheïsten zouden dit waarschijnlijk afschrijven als puur toeval - een gril van de natuur. Of anders zou zeker de klacht geuit worden: “Als God dat soort van wezen is, wil ik met Hem niets te maken hebben”. Het zou virtueel een situatie worden waarbij niemand wint. Feit is echter dat God de opstandige mens de doodstraf heeft opgelegd (Romeinen 5:12). Laat de atheïst, die zegt dat dit niet waar is, trachten het proces van de dood om te keren!
Het probleem met de persoon die het Ik-daag-u-uit-mij-te-doden-argument maakt is dat hij de Schepper onderschat. Hij denkt dat als hij God een straf dicteert, God daarop zou moeten reageren. Hij denkt dat, indien God bestaat, Hij constant en onmiddellijk de mens tot onderwerping zou slaan. Dat is echter niet Gods manier van doen. Hij heeft uitvoerig voorzien in bewijzen van Zijn bestaan, die elk eerlijk persoon kan opmerken. Hij heeft getoond, door middel van doelgerichte openbaring (d.w.z. de Bijbel), dat wij ongehoorzaam zijn geworden aan Zijn wil. Hij heeft vergiffenis geschonken door de reddende missie van Zijn Zoon, Jezus Christus. En Hij heeft ervoor gewaarschuwd dat er een finale prijs te betalen valt indien de mensen Zijn Zoon niet aannemen en zij hun koers vervolgen van rebellie. Met andere woorden: Hij voert Zijn plan uit en Hij staat niet onder de verplichting om onmiddellijk te reageren op de domme en ziekelijke opwellingen van ongelovigen.
De ongelovige argumenten die we hierboven beschouwd hebben, hebben geen waarde. Het bewijs voor Gods bestaan is absoluut overweldigend en enkel de dwaas verwerpt die: Psalm 14:1

REFERENTIES
Asimov, Isaac (1975), ‘Guide to Science’ (London: Pelican).
Jackson, Wayne (1988), “The Earth - A Planet Plagued With ‘Evil’”, ‘Reason&Revelation’, 8[12]:49-52.
Ricci, Paul (1986), ‘Fundamentals of Critical Thinking’ (Lexington, MA: Ginn Press).
Till, Farrell (1988), ‘personal correspondence’, 11/19/88.
Wallace, Alfred (1876), ‘The Geographical Distribution of Animals’ (New York: Harper&Brothers).

http://www.believersweb.org/view.cfm?ID=621

Met toestemming overgenomen van Marc Verhoeven


E-mail: verhoevenmarc@skynet.be
Homepage: http://users.skynet.be/fa390968/index.htm
Mirror sites: http://www.verhoevenmarc.be/index.htm
http://members.lycos.nl/verhoevenmarc696/index.htm
http://members.fortunecity.com/marcverhoeven1/index.htm



[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

In het begin

Test Uw geloof.

Krachtig denkvoer

Lessenpakket creationism

  • Klik op de afbeelding.

Presentatie

  • Altijd aktueel:
    Is er bewijs dat de aarde door het meesterschap van God gemaakt is en dat de Bijbel een juist beeld van de geschiedenis geeft? Ga naar De Bijbel voor een beknopt overzicht van een aantal argumenten.
    Klik op de pauw
    voor de presentatie:

De schepping.

Vragen

  • Hoe kon Adam in één dag geschapen worden, leren praten, trouwen en ook nog eens alle beesten een naam geven? Lees het in de
    Veel Gestelde Vragen!
    Zit jouw vraag er al bij?
     

Stats


Copyright 2002-2019